Brugzaal

WOENSDAG 18 NOVEMBER 2015

11u15 - 12u15 Workshop

Hoe wordt een psychiatrisch ziekenhuis meer HOZ?

Emiel Nelissen, psycholoog, PC Broeders Alexianen

 

Binnen de psychiatrische zorg anno 2015 is herstelgericht werken een richtinggevend principe. Toch verloopt het toepassen van herstelondersteunende zorg (HOZ) in de dagelijkse praktijk van een PC nog eerder moeizaam, en bestaat er nog heel wat terughoudendheid.

De implementatie van een nieuwe zorgvisie, en de borging hiervan in de dagelijkse werking, is doorgaans een proces van meerdere jaren (een tiental volgens Trimbos-instituut), en dit moet zich afspelen op verschillende niveaus tegelijkertijd (cliënten, medewerkers en organisatie).

In deze workshop worden een aantal richtlijnen vanuit de literatuur getoetst aan onze ervaringen binnen het eigen ziekenhuis (PC Broeders Alexianen te Boechout). Ons Verbeterteam HOZ heeft een aantal adviezen geformuleerd aan de directie, en deze zijn volop in uitvoering.

Uiteraard botsen wij op vragen zoals: Hoe krijg je voldoende draagvlak voor hoz? Hoe start je een werking met ervaringsdeskundigen op? Hoe overwin je weerstand en bezwaren? Hoe laat je hoz beter aansluiten bij een behandelcontext?

Bedoeling van deze werkwinkel is inspiratie opdoen en ideeën uitwisselen. Er zal dan ook voldoende ruimte gemaakt worden voor de inbreng van ervaringen vanuit andere psychiatrische centra.

 

13u15 - 14u15 Mededelingen

Herstelondersteunend werken in forensische psychiatrie: een zoektocht

Steven Degrauwe, psycholoog, therapeutisch coördinator, U.P.C. Sint-Kamillus


Herstelondersteunend werken in de forensische psychiatrie is geen evidentie. Een voorbeeld is het dubbele stigma. Ook de opdracht zowel de krachten als de obstakels, maar ook zichzelf als dader, op te nemen in de eigen identiteit vraagt heel wat inspanningen. Als hulpverlener hebben we de dubbele opdracht de cliënt te ondersteunen en te helpen, waarbij we ook met de risico's rekening moeten houden. Deze soms conflicterende opdracht zorgt voor een spanningsveld tussen hulpverlener en cliënt. De richting die de cliënt uit wil komt vaak niet (geheel) overeen met de richting van de hulpverlener. Een valkuil voor ons als hulpverlener is dan ook dat we ons begeven naar de dwingende kant van bemoeizorg, met de bescherming van de cliënt en de maatschappij als achterliggende motivatie.

Het U.P.C. Sint-Kamillus, waarvan het forensische traject deel uitmaakt, heeft er expliciet voor gekozen de kaart van herstelondersteunende zorg te trekken. Ook in de forensische werking trachten we dit te integreren, maar het is duidelijk dat we hierin nog een lange weg te bewandelen hebben. We presenteren onze eerste stappen hierin, alsook mogelijke toekomstige richtingen.

 

Herstelgerichte ondersteuning van geïnterneerde personen

Natalie Aga, doctoranda, Vakgroep Orthopedagogiek, Universiteit Gent

 

Hoewel erkend wordt dat geïnterneerden recht hebben op adequate en aangepaste zorg, heeft een groot aantal onder hen geen of beperkte toegang tot geestelijke gezondheidszorg. Studies wijzen er eveneens op dat de focus van de bestaande behandelingen grotendeels gericht is op het reduceren van het recidiverisico door de aandacht te vestigen op het criminogene proces. Tegelijkertijd wordt vanuit de geestelijke gezondheidszorg het herstelparadigma gepromoot als een effectieve benadering om personen met een psychiatrische problematiek gericht te ondersteunen. Wanneer men de vertaalslag van de herstelbenadering wil maken naar de forensisch-psychiatrische zorg, merken we echter dat deze benadering onder druk komt te staan. Mezey et al. stelden bv. vast dat het binnen de forensisch-psychiatrische zorg moeilijk is om hoop en optimisme te genereren en zelfzorg, autonomie en onafhankelijkheid te promoten. Deze presentatie licht preliminaire bevindingen van een kwalitatieve studie toe die, aan de hand van diepte-interviews met geïnterneerden (N=70), wil nagaan wat belangrijk is in hun herstelproces, rekening houdend met de juridische beschermingseisen.

 

Herstel van verslaving? Conceptualisering door individuen in herstel

Anne Dekkers, onderwijs- en onderzoeksassistent Vakgroep Orthopedagogiek - Universiteit Gent

 

Lange tijd was een klinische invulling van ‘afhankelijkheid’ dominant binnen de verslavingszorg en -onderzoek (Laudet & White, 2010). Echter, afhankelijkheid wordt daarom steeds meer beschouwd als een chronische en recidiverende hersenaandoening. Hierbij verschuift de nadruk van abstinentie naar een proces van persoonlijke groei (Van den Brink, 2005). De meer persoonlijke visie op herstel vertrekt vanuit de doorleefde ervaringen van personen die herstellen, waarbij het individueel gedefinieerde en ervaringsgerichte karakter van herstel naar voren komt (White, 2007a; 2007b). Voorliggend onderzoek tracht middels focusgroepen zicht te krijgen op ‘Wat is herstel volgens personen in herstel?’. Drie focusgroepen werden georganiseerd met personen die zelf aangeven in herstel te zijn van het voor hen grootste probleemmiddel.

Het lijkt erop dat zij herstel als iets zeer persoonlijks zien, waar bij ieder individu unieke accenten worden gelegd. Echter, bepaalde thema’s lijken overkoepelend te zijn binnen herstelervaring.

 

14u25 - 15u25 Mededelingen

Uitbouw van herstel- en ervaringsdeskundigheid in het hoger onderwijs: samen grenzen verleggen
Bart Debyser, lector Verpleegkunde, Hogeschool Vives campus Roeselare

Herstel- en ervaringsdeskundigheid implementeren zal maar kunnen wanneer hulpverleners opgeleid zijn in herstelgericht werken en wanneer er ook in het hoger onderwijs afdoende aandacht is voor het patiënten-perspectief op zorg en begeleiding.
In deze mededeling rapporteren we over een bottom-up opgestart initiatief, waar we samen met een gemengde groep van docenten, leidinggevenden, studenten en ervaringsdeskundigen zoeken hoe we  de stem van de patiënt in het hoger onderwijs harder kunnen laten doorklinken.  We inspireren ons hiervoor zowel op eigen expertise als op goeie praktijkvoorbeelden uit het buitenland (mede mogelijk gemaakt door een “go & see”- beurs van de Koning Boudewijnstichting).
De doelstelling is om ervaringswerkers te laten participeren in diverse domeinen van de opleiding. We tonen met voorbeelden hoe we deze doelstelling in de praktijk omzetten.

 

Werken met ervaringsdeskundigen binnen de opleiding verpleegkunde in een HBO5-school.
Pilootproject begeleidingsvaardigheden vanuit een herstelgerichte visie

Tine Hollevoet, docent/verpleegkundige, HBOV Brugge/Oostende

 

Pilootproject binnen het vak begeleidingsvaardigheden waarbij er in tandem wordt les gegeven: een docent ggz en een ervaringsdeskundige ggz.

Ontstaan

Werkgroep ‘ervaringsdeskundigheid’ met ervaringsdeskundigen en docenten.  Beslissing: werken met ervaringsdeskundigen te implementeren binnen de lessen ‘begeleidingsvaardigheden’.

Praktisch

Studenten worden verdeeld in teams.  In de les zijn er twee mappen aanwezig.  Map 1: casussen (= verhaal zonder vermelding pathologie). Map 2: theoretische kaders gezien tijdens de opleiding.  Uit beide mappen kiezen de studenten met welk materiaal ze aan de slag gaan.Met hun team voeren ze het gesprek vertrekkende vanuit de gegevens uit de casus.

Docent: duiding over theorie op vraag van de teams. Feedback op gesprekken. Ervaringsdeskundige: observeert en geeft feedback over houding en aanpak van de student.

Doel

Studenten doen op school ervaring op in gespreksbegeleiding, krijgen rechtstreeks feedback van een ervaringsdeskundige en leren samenwerken met ervaringsdeskundigen op een gelijkwaardig niveau. 

Basispijlers
Zorg voor studenten en zorg voor ervaringsdeskundige (lessen samen voorbereiden, altijd nabespreking).

Vormingsaanbod: aan de slag met ervaringsdeskundigheid in de geestelijke gezondheids- of verslavingszorg
Ief Nijsmans, opleidingscoördinator, CVO Sociale School Heverlee

Het Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) Sociale School Heverlee organiseert een vorming voor ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers in de geestelijke gezondheids- of verslavingszorg.
De vorming richt zich tot deelnemers met ervaringen in de geestelijke gezondheids- of verslavingszorg. Het  doel is om deelnemers te sterken in hun deskundigheid om met de eigen ervaringen en deze van lotgenoten aan de slag te gaan. Van kandidaten wordt verwacht dat ze over een ervaring in de geestelijke gezondheids- of verslavingszorg beschikken en reeds gevorderd zijn in hun herstelproces. Kandidaten zijn ook fundamenteel gemotiveerd om hun ervaringsdeskundigheid in te zetten voor het herstel van anderen.